Ons Zeeland 1927, nummer 52

Vorige nummer Volgende nummer Overzicht Online zoeken

DE ZEEUWSCHE WEEK

Winter in Zeeland; over twee antwoorden van Ged. Staten; Goes en de ziekenverpleging; zwammende raadsleden; een zilveren jubileum in Zeeuwsch-Vlaanderen.

Eindelijk hebben we weer eens een ouderwetsche winter, die de jongeren onder ons slechts van "hooren zeggen" of van afbeeldingen kenden. Vorst Winter heeft de aarde met zijn tooverstaf beroerd, het water onderging de natuurkundige verandering, waarop de liefhebbers van het schaatsenrijden jaren achtereen met smart wachtten. Deze verandering klonk als een uitnodiging om de bijna vergeten schaatsen onder te binden en om zich te scharen onder de dienaren van de wintersport.

Men heeft er in onze provincie, onze zoo moeilijk te bevriezen provincie, met enthousiasme gevolg aan gegeven. Nauwelijks waren de slooten in de omgeving van steden en dorpen met een houdbaar laagje ijs bedekt, of ze werden reeds dienstbaar gemaakt aan de Hollandsche sport bij uitnemendheid. Oud en jong bond de ijzers onder, en de ouderen vooral waren het, die konden toonen, dat men in ettelijke jaren een eens beoefende tak van sport niet geheel verleert. Toen de vorst aanhield, en de ijskeuringen der grootere wateren gunstig uitvielen, verplaatste bijna overal de schaatssport zich van de slooten naar de gemeentelijke vesten en plassen, waardoor het typische Hollandsche wintertafereel ontstond, dat de oude meesters der schilderkunst met zulk een liefde op het linnen hebben vastgelegd.

Zeeland op de schaats!

Zij die zich niet meer aan deze sport wagen, worden toch naar de terreinen getrokken, waar de bonte menigte met sierlijke of minder sierlijke streken door elkaar sliert. Een schaatsenrijdende menigte biedt immers een schilderachtigen aanblik! Vooral tegen den Zeeuwschen achtergrond, die op een zonnigen winterschen namiddag van ontroerende schoonheid wordt. Wie onder het schaatsenrijden zijn aandacht niet uitsluitend aan de sport en aan zijn onmiddellijke omgeving wijdt, zal tot de ontdekking komen, dat ook de winter op de schoonheid van Zeeland van grooten invloed is. Vooral nu een dun laagje sneeuw zich over boomen, huizen en velden gepoederd heeft en een prachtig zwart-wit contrast in het leven roept. Zeeland in wintergewaad, onder de koperkleurige wintersche luchten, wordt op sommige uren van den dag van een bijna onwezenlijke schoonheid.

x

Zooals men zich herinneren zal, maakten we destijds melding van de grieven welke in Zeeuwsch-Vlaanderen bestaan tegen den provincialen stoombootdienst Hansweert-Walzoorden, ten aanzien van de vrachttarieven, den Zondagsdienst en de laadruimte. Belanghebbenden bij den land- en tuinbouw deden Gedeputeerde Staten een adres toekomen, waarin hun wenschen en verlangens in verband met den bootdienst waren vastgelegd. Thans deelt het hooge provinciale college mede, dat de vrachttarieven van goederen aan een herziening onderworpen zullen worden. Ook aangaande den Zondagsdienst zal een onderzoek worden ingesteld; indien het noodig blijkt, zal die worden uitgebreid tot 3 reizen heen en weer per dag. Het gebrek aan laadruimte op de boot, dat zich wel eens heeft voorgedaan, zal mogelijk kunnen verholpen worden, door de boot op de weekreizen meer reizen te laten doen, waardoor de goederen over meer booten worden verdeeld.

Het verheugt ons, dat Gedeputeerde Staten de noodige aandacht aan deze kwestie besteedden, en dat zoo spoedig een begin werd gemaakt met pogingen tot verbetering van de toestanden bij dezen bootdienst.

Ook inzake een andere kwestie hebben Gedeputeerde Staten dezer dagen een schriftelijke uitlating gedaan. Namelijk over de motorveerboot Vlissingen Breskens, naar aanleiding van de bekende vragen van den heer Wallien. Gebleken is, dat de bestuurbaarheid van de boot bij het binnenloopen van de haven van Breskens bij lage waterstanden, wanneer de machines vroeg moeten stoppen, soms minder gemakkelijk is. Dit is echter, aldus Ged. Staten, het geval met elk schip, van welken aard of omvang ook, dat te weinig water onder de kiel heeft. Bij eenigszins hoogeren waterstand houdt dit euvel op.

Omdat de verbreeding van den mond der haven van Breskens hebben Ged. Staten d.d. 27 October aan den minister van waterstaat o.m. geschreven, dat de motorveerboot bij lagen waterstand bij het invaren van die haven moeilijkheden ondervindt tengevolge van de zuiging, welke daarbij ontstaat. Zij hebben daarbij als hun meening uitgesproken, dat die moeilijkheden zouden kunnen worden ondervangen door een behoorlijke verbreeding van den mond der haven. Deze zaak zou thans bij den Rijkswaterstaat in onderzoek zijn.

Het ziet er dus naar uit, dat binnen afzienbaren tijd de motorveerboot, waarover zoo ongemeen veel te doen is geweest, niet meer in de gesprekken van den dag zal voorkomen. We weten wel, dat sommigen hieraan nog twijfelen en zeggen: "De praktijk zal nog wel bewijzen dat de veerboot niet deugt," doch vooralsnog kunnen we deze meening niet deelen.

De boot is officieel zeewaardig gekeurd en dit bewijs heeft voor ons de aanleiding doen verdwijnen, om wantrouwend tegenover het verkeersmiddel te staan.

Mochten we ons hierin vergissen (men heeft ons gewezen op onze gewijzigde houding jegens deze zaak), dan komen we er wel nader op terug.

x

In Goes heeft Woensdag j.l. de officieele opening van het nieuwe R.K. Ziekenhuis plaats gehad, waardoor de ganzestad momenteel twee moderne en zeer mooie verpleeg-inrichtingen rijk is. Voor enkele maanden werd het geheel gerestaureerde Gasthuis ingewijd en thans het nieuwe R.K. "St. Joanna".

Als men de beide gebouwen bekijkt, nagaat wat dit alles gekost heeft, bedenkt dat Goes nog geen 9000 inwoners telt, is men geneigd zich af te vragen of twee ziekenhuizen niet een overbodige luxe zullen blijken. Uit men deze vraag, dan pleegt men op het Goessche achterland te wijzen, (dat bijna geheel Zuid-Beveland en Noord-Beveland omvat) en de stelling te verkondigen, dat beide inrichtingen zich ongetwijfeld zullen handhaven. Als men de kwestie aldus beschouwt, en gezien de steeds grooter wordende drang van doktoren om de patiënten voor ziekenhuisverpleging te winnen, lijkt het succes der twee ondernemingen niet buitengesloten.

Thans over het R.K. Ziekenhuis zelf nog iets. Het gebouw is buiten de stad geplaatst en beschikt in zijn onmiddellijke nabijheid over terreinen van niet geringen omvang, die insluiting door huizen enz. zullen voorkomen. Moet de ligging geroemd worden, het gebouw zelf kan men niet anders doen. Het inwendige getuigt van een ernstig streven naar doelmatigheid en naar alles wat in het belang der patiënten is. Deskundigen hebben bij de opening onomwonden van hun waardeering doen blijken.

Verstandig is het geweest dat de besturen van het Gasthuis en van het RK. Ziekenhuis overeengekomen zijn geen concurrentie-in-prijzen te voeren. Voor beide inrichtingen gelden dezelfde tarieven. We zullen dus getuigen worden van een eerlijken strijd om den patiënt. De inrichting welke het meest te geven heeft, zal wellicht ook het meest ontvangen. Alle zieken en toekomstige zieken kunnen zich bij dezen wedijver tusschen de twee Goessche ziekenhuizen niet anders dan wèl bevinden.

x

De Zeeuwsche bladen hebben in de afgeloopen weken allesbehalve gebrek aan copie gehad. Dit danken zij de vroede vaderen in de diverse gemeenten, die zich tegen het einde van het jaar met de begrootingen onledig houden, en bij die gelegenheid het oratorische- en uithoudingsvermogen op de proef stellen. Wat wordt er - als we het zoo eens mogen uitdrukken - gezwamd rond het doodsbed van ieder jaar. Men neme den Vlissingschen gemeenteraad maar als voorbeeld. Achttien, zegge 18 uren heeft de raad in 1927 noodig gehad om de begrooting te verwerken. En het opmerkelijkste is, dat de meeste uren verdaan werden, niet met posten, op de begrooting voorkomend, doch met politieke kwesties, die eigenlijk met het gemeentebelang weinig uitstaande hebben. Al wil men het den laatsten tijd dan ook anders doen voorkomen! Veel woorden zijn er in de Vlissingsche begrootingsvergadering door de S.D.A.P. gesproken over de samenstelling van het college van B. en W. in verband met de politieke geaardheid. Verder is er in den breede uitgeweid over de bedrijfs-administratie, die toch wel niet zoo geheel in orde schijnt te zijn als B. en W. willen doen voorkomen. De openbare kritiek op het beleid van den directeur van gemeentewerken was natuurlijk niet geheel van overdrijving vrij, doch ze hield toch ook wel zaken in, die tot nadenken stemmen.

Het is jammer te noemen, dat een dergelijke interne aangelegenheid "op straat gebracht" moest worden.

Hebben de Franschen niet een spreekwoord, dat men zijn vuile wasch op een bepaalde wijze behandelen moet? B. en W. hadden veel verstandiger gedaan, destijds te berusten in het besluit van den raad, om een commissie van onderzoek in te stellen. Toen zij door een strategische handigheid deze commissie deden struikelen, openden zij als het ware het openbare debat over de zaak.

x

In Zeeuwsch-Vlaanderen valt een jubileum te vermelden, n.l. het 25-jarig bestaan van de stoomtram Hulst-Walsoorden, dat de vorige week Zaterdag met groote opgewektheid gevierd is.

In den voormiddag verzamelden de genoodigden zich op het versierde stationsemplacement te Hulst, van waar men met de gereedstaande feesttram, waarvan de wagens met groen, planten, Nederlandsche en Belgische vlaggen waren versierd, naar Walsoorden reed, om daar de gasten van boven de Schelde op te wachten. Vervolgens ging de rit naar Kloosterzande, waar het gezelschap werd ontvangen ten huize van den burgemeester, den heer K. J. A. G. baron d'Escury, den nog eenigen in leven zijnden mede-oprichter van de maatschappij.

Tijdens het verblijf van het gezelschap te Kloosterzande werd door de Harmonie "St. Caecilia", evenals te Walsoorden, gemusiceerd.

Men reed vervolgens terug naar Hulst. Zoowel daar als in de buurtschappen, die men passeerde, was van vele woningen de vlag uitgestoken, als blijk van meeleven met de trammaatschappij, die voor de streek, die zij doorkruist, van zoo groote beteekenis is.

Te Hulst stond de Kon. Harmonie, die zich ook reeds des voormiddags had doen hooren, bij het hotel "De Graanbeurs" gereed.

Kort daarna werd een vergadering van den raad van commissarissen geopend, die bij afwezigheid van den voorzitter en den vice-voorzitter, den heer P. F. Fruytier, wegens ongesteldheid, werd gepresideerd door den heer J. A. van Rompu, die meedeelde dat het bestuur besloten had, aan den hoofdconducteur, C. van Dorst, den machinist D. Millenaar en den ploegbaas P. Polfliet, die alle drie 25 jaar bij de maatschappij in dienst zijn, als blijk van waardeering een medaille te schenken.

Vervolgens heeft de secretaris, mr. Dieleman, een overzicht gegeven van de geschiedenis van de totstandkoming der maatschappij.

De heer Dieleman herdacht daarbij inzonderheid het stoere werk van den heer Collot d'Escury en van wijlen den heer Louis van Waesberghe-Janssens. Voorts den arbeid van de heeren Lamquet en Blocteur, bij den aanleg van de lijn, van den mede-oprichter den heer J. Vogelvanger en van den eersten administrateur, den heer Jos. van Waesberghe.

Bijzondere lof werd gebracht aan den algemeenen directeur, den heer C. Wind van Merkesteyn, voor zijn energieke en uiterst deskundige leiding.

Met voldoening werd ook melding gemaakt van de gunstige financieele resultaten van dit slechts 13 K.M. lange lijntje. Het goederenvervoer, dat in het eerste jaar fl 10.000 opleverde, bracht in 1926 fl 50.000 op; de hoogste opbrengst gaf het jaar 1924, n.l. fl 76.000. De hoogste rente aan, aandeelhouders was 8 pct., de laagste 4 pct., gemiddeld was het 5.69 pct. De aanlegkosten hebben bedragen fl 375.000, het renteloos voorschot van het rijk bedroeg fl 95.070,

Een gemeenschappelijke maaltijd besloot dit zilveren tramfeest.

 

TREFFERS EN POEDELS

Kerstboomlichtjes

Stille Nacht, heilige Nacht,

sneeuwtapijt - witte pracht,

duizend sterren die kijken me aan,

eventjes blijf ik bewonderend staan

mediteer ik zoo'n beetje,

kerstnacht, o wondere Nacht.

Stille Nacht, heilige Nacht,

ziekenhuis - menschenklacht,

vol van leed is de donkere zaal,

Kerstboompje spreekt daar een wondere taal,

'n taal van hoop en van vrede,

Kerstnacht, o wondere Nacht,

Stille Nacht, heilige Nacht,

huwelijkstwist - nooit gedacht.

Kerstboom flonkert in pijnlijke praal,

als een verloren-haast jeugdideaal.

Brengt na tranen weer vrede.

Kerstnacht, o wondere Nacht.

Stille Nacht, heilige Nacht,

meisjeshart - klopt en wacht,

drukt haar wang aan zijn gloeienden mond,

meisje, dat onder de mistletoe stond.

Nacht van groote beloften.

Kerstnacht, o wondere Nacht.

Stille Nacht, heilige Nacht,

moordenaar - weggebracht,

Komt tot rust in de eenzame cel,

wroeging en wanhoop, die geeselen snel.

Wringt zijn schuldige handen ....

Kerstnacht, o wondere Nacht.

Stille Nacht, heilige Nacht,

kerkgezang - wonderzacht,

eerst het groote geheim der Natuur,

zoo imposant op dit heilige uur,

uur van vredesaanbidding.

Kerstnacht, o wondere Nacht,

Stille Nacht, heilige Nacht,

Volkenbond - Vredesmacht ?

Is Locarno een wonder geweest ?

Was dàt het einde ? - Ik ben zoo bevreesd........

Kerst is maar een symbool.

Kerstnacht, o wondere Nacht.

WILLEM TELL II.

 

DE SCHELDE-ZENDER

Hallo, hallo........

Hier is het draadloos uitzendstation de Schelde-Zender........

Vindt u het interessant, te hooren

- dat de heer T. F. Fruytier, sedert 1916 lid van Ged. Staten, tegen 1 Jan. als zoodanig ontslag heeft gevraagd.

- dat de gemeente Waarde fl 1600,- gaat leenen teneinde den toren verder te kunnen laten restaureeren.

- dat vanwege het waterschap "De Breede watering bewesten Ierseke" bij Schore een nieuwe sluis gebouwd zal worden voor de ontwatering van den polder.

- dat de N. V. "Stoomtram Walcheren" over 1926 een tekort had van 1315 gulden 95 cent.

- dat 20 ambtenaren der provinciale griffie aan Ged. Staten verzochten van een ambtenaren-reglement verschoond te blijven. Een opvallend verschijnsel in dezen tijd, nu een ieder een boekje van veel rechten en weinig plichten in zijn werkpakje wil hebben.

- dat er de vorige week Maandag in Vlissingen gebrek aan rivier-loodsen was. Verschillende schepen moesten op de reede te Vlissingen voor anker gaan en........wachten.

- dat de rioleering in Zierikzee wel eens verbeterd mag worden.

- dat de gemeente Zoutelande na veel wikken en wegen en na langdurige kostenberekening over gaat tot aankoop van een schrijfmachine. Belastingbetalers houden het hart vast, wijze menschen schudden het hoofd over deze luxieuze nijgingen ter secretarie.

- dat een landbouwer in de omgeving van Sas van Gent een vrij zeldzaam voorkomende steenmarter wist te strikken.

- dat het nieuwe carillon in Zierikzee waarschijnlijk in de week tusschen Kerstmis en Nieuwjaar voor het eerst zijn lied over Schouwen zal doen klinken.

- dat op den weg Kapelle-Goes weer eens een aanvaring plaats had tusschen een auto en een wagen, waarbij de voerman zoodanig gekwetst werd, dat hij naar het ziekenhuis in de ganzestad overgebracht moest worden. Toch is deze weg allesbehalve smal, ook bestaan er verkeersregels.

- dat de restauratie van de Herv. Kerk te IJzendijke voltooid is.

- dat de Zeeuwsche oesters niet zoo'n groote concurrentie ondervinden van de Amerikaansche collega's als de "N. R. C." meent.

-dat de S. D. raadsleden in Breskens het dansen op Zondagen willen afschaffen, behalve op kermis-Zondag. Voorts willen ze kinderen beneden 18 jaar niet en ouderen slechts tot klokke 9 (in den avond wel te verstaan) op muziek laten huppelen en springen.

- dat pogingen in het werk gesteld worden om de werklooze landarbeiders van Biervliet een stuk woesten grond der gemeente voor bebouwing in orde te laten brengen.

- dat IJzendijke en Koewacht hun electriciteits-netten aan den P. Z. E. M. willen overdoen voor fl 63.000.-.

- dat te Völckerdorp bij Rilland op 1 Januari a.s. een telegraaf-telefoonstation gevestigd wordt.

- dat de burgemeester van Axel fl 23.000 ontving voor de slachtoffers van den hagel en storm in den afgeloopen zomer.

- dat in Zeeuwsch-Vlaanderen de laatste weken het aantal werkloozen sterk toenam.

- dat de visschers in Arnemuiden zoo goed als niets meer verdienen. Velen zoeken een ander beroep, enkelen verhuizen naar elders.

- dat een landbouwer uit Aagtekerke, die op jacht was, op het ijs uitgleed en een schot hagel in zijn zitvlak kreeg.

- dat in Ritthem een 7-jarig meisje door een rosmolen verpletterd werd.

- dat de Hooge Raad de bekende Vlissingsche vereeniging "Artikel 181" niet als een verboden vereeniging beschouwt.

- dat op de Middelburgsche pluimvee- en konijnententoonstelling ruim 500 dieren werden ingezonden.

- dat de gemeenteraadsvergadering te Arnemuiden dezer dagen niet kon doorgaan wegens gebrek aan belangstelling.

- dat eenige belhamels te Tholen een dame, die haar hond aan de plagerijen wilde onttrekken, bewusteloos sloegen. Gelukkig heeft de politie deze knapen van het vuistrecht opgespoord en logies verleend.

- dat de geneesheeren protesteeren tegen het voorstel van B. en W. van Middelburg om aan het bestuur der Godshuizen machtiging te verleenen, bezwaarschriften te behandelen tegen rekening van medici aan door hen in het gasthuis behandelde personen en tegen het vaststellen van een bepaald te betalen bedrag, afgezien van verschil in ziekte en behandeling. Beide bepalingen acht de afdeeling in strijd met de waardigheid van het medische beroep.

- dat bij stemming over een voorstel door den gemeenteraad van Vlissingen om de kermis af te schaffen, de stemmen staakten.

- dat men zonder toestemming van B. en W. in Oostburg op den openbaren weg geen bekendmakingen mag omroepen.

- dat de gemeenteraad daar ter plaatse besloot een portret van Prinses Juliana aan te koopen en het in de raadszaal te hangen.

- dat de kerkvoogden der Ned. Herv. gemeente te Colijnsplaat een nieuwe pastorie laten bouwen. bouwen.

- dat de Nederlandsche Seintoestellen Fabriek te Hilversum reeds den duizendsten arbeider aannam. Wel een bewijs, dat deze fabriek zich nog steeds uitbreidt.

Wij sluiten nu tot volgende week Vrijdag........ Adieu ........

 

 

ZIERIKZEE.

door

W. H. TEN HOET PARSON.

(Discipulus Apollinus.)

 

 

(Slot).

Wanneer in Zierikzee thans een druk vertier was van bellende trams en vele toeterende auto's, wanneer daar groote winkelhuizen en bankierskantoren waren gebouwd, dan zou Zierikzee immers onmogelijk het sprookje kunnen zijn, dat het nu is, het stadje met zijn geheimzinnige poortgebouwen, zijn geweldigen kerktoren, het prachtige stadhuis en de vele oude geveltjes, waar onze aandacht op geconcentreerd wordt, niet afgeleid door de minderwaardige bouwwerken uit lateren tijd.

Ging in den Franschen tijd Zierikzee's welvaart snel achteruit, daarvóór was de achteruitgang toch ook al te bemerken.

Zierikzee was op het hoogtepunt van haar bloei, vóór de Noordelijke Nederlanden een zelfstandig bestaan voerden. Toen Vlaanderen ook voor de Noordelijke Nederlanden nog belangrijk was, kon het niet anders, of het zoo gunstig gelegen Zierikzee moest welvarend zijn, en zelfs steeds in grootte en rijkdom toenemen. Toen de Noordelijke Nederlanden zich van de Zuidelijke hadden afgescheiden, had Zierikzee voor Vlaanderen geen beteekenis meer en voor de Noordelijke Nederlanden kon het ook niet belangrijk zijn, daarvoor was het te afgelegen.

Hierdoor komt het, dat de belangrijkste gebouwen te Zierikzee nog het middeleeuwsche karakter behouden hebben, dat aan het stadje die eigenaardige bekoring geeft.

Enkele daarvan wil ik afzonderlijk bespreken. Ten eerste komt daarvoor in aanmerking de Sint-Lievens-Monstertoren. Gedeeltelijk verklaarde ik den naam reeds, toen ik vertelde hoe St. Livinus de beschermheilige der stad was. Het woord "Monster" is afgeleid van monasterion - Fransch: monastère - klooster.

Het is een imposant bouwwerk, doch helaas, gedeeltelijk een ruïne. Toch is, vooral wanneer men het gebouw van nabij beziet, de indruk overweldigend. Vijftig meter hoog is de breede steenen kolossus. Wat een muren en wat een geweldige ramen! Het is wonderbaarlijk, zulk een toren. Een kleine, vierkant toeloopende kap dekt het geweldige gothische monument, alsof inderhaast het werk is afgemaakt. Eenigszins is dit ook zoo. De ontwerper van het gebouw, Anthonius Kelderman, lid van de bekende Mechelsche bouwmeestersfamilie, die ook de stadhuizen te Middelburg en Veere ontwierp, had het zich viermaal zoo hoog gedacht, zooals ook nog op een oude plaat te zien is. Men is echter nooit verder dan het eerste vierde gedeelte gekomen en dat steekt al hoog uit boven het stadje, dat verscholen ligt tusschen de boomen, aan den voet van den toren.

De kerk, welke behoorde bij den toren, is in 1832 helaas afgebrand door onvoorzichtigheid van een loodgieter. De kerk die later daarvoor in de plaats is gezet, met het Grieksche front, is droevig leelijk.

Hoewel, zooals al reeds is opgemerkt, de toren eeningszins vervallen is, is de romp nog begaanbaar. Verrukkelijk is het uitzicht van de omgang boven aan den toren, ver in het rond, over land en water, over dorpen en gehuchtjes, verscholen in het groen, en over de verspreid liggende boerderijen, te midden van het welige akkerland.

Het stadhuis, hoewel ook uitwendig in al zijn eenvoud een fraai gebouw, is inwendig vooral rijk bewerkt. Op de eerste verdieping van het stadhuis bevindt zich de groote zaal, met een schepenbank en plafond van 1775. Mooi zijn ook de schoorsteenstukken in de raadszaal en in de vergaderzaal van het dagelijksch bestuur, geschilderd door den Antwerpenaar Geeraert in de laatste helft der 18de eeuw. De grissaille in de raadszaal stelt voor Minerva met vier deugden.

De in 1661 gebouwde burgemeesterskamer heeft een rijk bewerkten schoorsteen van 1673, versierd met de wapens der plaatsen en heerlijkheden van Schouwen en Duiveland, welke schoorsteen in 1513 is vervaardigd.

Eenige oude schilderijen bevinden zich nog in het gebouw; zoo een gezicht op Zierikzee in het begin der 16de eeuw en het "darinkdelven", de oude wijze van zoutbereiden in deze streken; ook een fraai zilveren renaissance drinkschaal van 1580 behoort tot de bezitting van het raadhuis.

Het museum op de zolderverdieping mag niet onvermeld blijven. Al wat merkwaardig is en betrekking heeft op de plaats, wordt daar verzameld. In 1917 zijn daar een aantal stukken bijgebracht, waarvan de Zierikzeeërs zonden wenschen, dat ze ze niet bezaten. Het zijn de stukken van de bommen, welke Engelsche vliegers, misleid door de duisternis, boven Zierikzee hebben laten vallen.

Prachtig is de constructie van de houten bekapping van den zolder, evenals die van het bordes, waarop de wenteltrap uitkomt welke toegang geeft tot den zolder. Deze bekapping, en een fraai gesmeed hek dat het portaal scheidt van den trapkoker, dateeren uit het midden der 16e eeuw.

In de groote zolder-zaal hangt van de gewelfde overhuiving, een met zeehondenvel overtrokken kano, met een houten eskimo bemand, welke vermoedelijk in de 17e eeuw door walvischvaarders is meegebracht.

Het uitgebreide stedelijk archief, bewaard in het raadhuis tot 1811, is in dat jaar grootendeels voor scheurpapier bij het pond verkocht. Gelukkig zijn de belangrijkste stukken bewaard gebleven. Zoo is nog aanwezig het charter van 1425, waarbij alle gilden der stad zich verbonden om de privilegiën te handhaven en dat gesterkt is met 39 zegels. De poortersboeken, van 1302 af, geven de volledige burgemeesterslijst.

Het weeshuis bevat een prachtige regentenkamer, met fraai goudleerbehang, een rijkversierden schoorsteen, een geschilderd plafond en eenige schilderijen van Arnoldus Anthonissen, gezichten op Nijmegen en de Waal. Hij was geen Zierikzeeër van geboorte, doch woonde er van 1664 tot omstreeks 1703. Ook een paar regentenstukken hangen in de regentenkamer.

De poorten, welke met hun bijgebouwen en hun torens reeds zoozeer de aandacht vestigen op het stadje, geven wel een merkwaardige charme er aan. Een gevoel van veiligheid, van beslotenheid, brengen ze teweeg.

De Noordhavenpoort is wel de meest merkwaardige, met zijn straatje tusschen de binnen- en buitenzijde van het gebouw. Bij de uitbreiding welke Zierikzee in de eerste helft der 14e eeuw onderging, is deze gebouwd. In 1491 werd door Albrecht van Saxen deze poort tot een soort vesting, een blokhuis, ingericht, vandaar het eigenaardige straatje, dat deel uitmaakt van dat poortgebouw. In 1559 is deze poort verbouwd en zijn de gevelgedeelten aan de zijde der stad van topgeveltjes voorzien, welke, hoewel uit later tijd dus als het gebouw zelf, zeer goed er bij staan.

Tegenover deze poort ligt de Zuidhavenpoort. Met zijn vijf torentjes is het poortgebouw een prachtig, forsch stuk architectuur.

De Nobelpoort is ontstaan, evenals de Noordhavenpoort, in de eerste helft der 14e eeuw. Ook dit gebouw is een prachtig staal van middeleeuwsche bouwkunst. Den naam ontleent deze 35 meter hooge poort aan twee nobele (adellijke) dames, die deze hebben laten bouwen.

Een merkwaardig gebouw is het 's Gravensteen. Gesticht in 1358 als gevangenis, doet het nog steeds als zoodanig dienst. In 1524-1526 is de voorgevel met de zware ijzeren tralies, welke nu nog aanwezig is, gebouwd.

Vele fraaie huizen vindt men nog te Zierikzee. Ze alle op te noemen zou een te uitgebreide lijst geven.

Ik verwijs slechts naar de afbeelding van den ouden gevel in de Meelstraat, met zijn prachtige gothische spitsbogen, zijn aardig kelderraam, en de hooge stoep.

Het is wel heerlijk, het stille stadje aan de Zuidzijde van Schouwen en Duiveland te bezoeken.

Ook het doorkruisen van het eiland geeft te genieten. Daarover wil ik U echter een volgende maal schrijven.

De prachtige afbeeldingen naar teekeningen van Mr. J. G. Huijser, welke ik ter illustratie van dit artikel heb mogen verkrijgen, spreken voor zich zelf. Hier nog iets bij te schrijven is overbodig.

 

 

 

DE VROUW AAN HET WOORD

"Ik ben de vrouw die den moed heeft!"

Zoo kwam ik binnen gestapt op denmeer dan gezelligen kletsmiddag bij Mily, waar het bekende bordje "no roddeling allowed" nogal eens vergeten wordt op te hangen.

"Wat is er aan de hand met je?" vroegen als uit één mond vijf heldere vrouwenstemmen.

"Aan de hand? Niets!" stelde ik ze teleur. "'t Is meer aan den voet!"

Vijf paar oogen vestigden zich op mijn zwart Suède schoenen en vandaar op ....

"Ben je heelemaal gek geworden?" kreet Do.

" Je ziet er uit als een doodgraver!" weer een ander.

"Uit welke eeuw ben je?"

"Wat zegt je man van die dwaasheid?"

No. 5, 't was Peggy, zweeg, maar ze keek tòch wel even spottend naar m'n in dunne, zwarte wol gestoken onderdanen.

"Waarom trek je geen slobkousen aan als je last van kouwe beenen hebt?" vroeg Hily op haar bekend vinnig toontje, waardoor ze menschen, die haar niet kennen, direct afschrikt,

"Je bent heusch excentriek," zei afkeurend Do. "Je krijgt dat zekere air van dat kan ik wel doen!"

"Waarom doe je het eigenlijk?" vroeg geïnteresseerd Peggy.

"Omdat ik kouwe beenen had en te lui ben om tweemaal per dag minstens zestien knoopjes van een slobkous dicht te knoopen."

"Dan neem je er die dicht zijn en over de schoenen worden aangetrokken," raadde Hily aan,

"Die zitten na een kwartier loopen als een kous die afzakt. Dank je wel!"

Ja, maar zwarte kousen! 't Is eusch tè zot!"

"Je m'en fiche! Ik heb warme beenen!"

"Laten we over iets anders praten," stelde Peggy voor.

Dit deden we en m'n veel besproken beenen raakten in het vergeetboek.

Een week later.

Ik ben aan het winkelen en ontmoet Do. Ze doet schichtig.

Ik denk: wat heeft die?

"Ze zitten toch wel fijn!" zegt ze en ze kijkt naar haar welgevormde beenen.

Zwart als de nacht, evenals het Suède schoentje.

Op een tea bij Hily:

"Zeg! jij met je zwarte kousengezeur! Je hebt ons allemaal aangestoken. We kuieren nu allemaal met Spaansche beenen!"

"Geef toe, dat ze heerlijk warm zitten,"

"O, ja, dat is zoo. Haar, als ik niet toevallig in een van de Fransche modebladen gelezen had, dat de Fransche vrouw zich dit seizoen geheel in het zwart kleedde, zou ik maling aan jou goeden raad hebben."

"Dan had je toch zijden kousen kunnen nemen, geliefd wezen."

Daar zat ze nou!

Wat kunnen we toch dwars zijn, wij vrouwen!

Drie winters sjezeen we nu al met ijskoude beenen onder onze korte rokjes.

Waarom namen we niet direct een dun, wollen kousje?

Want, ik schaam me niet te bekennen, ik deed het ook pas, nadat een zeer mondaine en elegante vriendin uit Engeland me haar wollen beentjes liet zien en ik hierbij opmerkte, hoe ze niets van haar elegante verloor.

Als er een schaap over den dam is, volgt de rest van zelf.

Zoo zal het ook gaan met onze voor het winterseizoen belachelijke dessous.

We zullen niet terugkeeren tot het drie onderrokkentijdperk, maar pantelonica's als envelopjes, worden althans voor den winter toch in den ban gedaan.

Als we eerst maar zoover zijn, dat we eerlijk toegeven het koud te hebben. Dan volgt ongetwijfeld het omzien naar wat warmere dessous en zijn we eenmaal zóó ver, dan stappen we een winkel binnen, waar we tot onze verbazing zien, dat er rose, lila, beige zijden directoires zijn, die een voering hebben van iets warms, zachts, dat o, zou weldadig aandoet.

Ons klimaat leent zich nu eenmaal niet tot het dragen van dessous als een zuchtje, wanneer er een felle Noord-Ooster blaast, of de straten vochtig zijn en er een dikke mist hangt.

Vele blaas-ontstekingen, nier-aandoeningen of meer van dergelijke kwaaltjes zouden voorkomen kunnen worden, als we niet àl te veel onze zusteren, die het voorrecht genieten in een zachter klimaat te leven, wilden na-apen.

Mijne dames, hebt den moed! U zult er wel bij varen!

E. B. B.

HET DAGBOEK VAN PHILEMON ZIJDEWIND

14 December. Hoorde van Breeduitstra, dat in Goes een nieuwe ziekte heerschte. De wetenschap is er nog niet mee gemoeid en daarom heeft die kwaal nog geen Latijnschen naam; voorloopig wordt het aangeduid met stoep-en-straten-schuur-dolheid. Alleen huisvrouwen lijden er aan, zoodat het waarschijnlijk niet van de vaccinatie komt. Ben er terstond heengereisd. Angstig gezicht! Dames, nog in den bloei van haar leven, smeten in razernij, waterhoeveelheden tegen de keien en wierpen zich daarna op de aldus ontstane plas, met een bezem, waarmee zij het vocht, dat ze er eerst toch moeizaam gedeponeerd hadden, weer wegranselden. 't Schuim stond haar op de monden. Vreeselijk, vreeselijk. Op minstens twintig plaatsen heb ik de ongelukkigen bezig gezien en ieder van haar had een breeden kring toeschouwers, die meewarig dit gedoe gadesloegen. Meer schreiend dan lachend heb ik mij toen naar een café begeven, waar ik hoorde, dat er in Goes een schrobverbod bestond. "Maar waarom grijpt de politie dan niet in?" vroeg ik verbaasd. De café-houder wist 't niet ; hij vermoedde, dat ze te net in de kleeren waren, om een klap met 'n bezem te riskeeren. Kon zooiets moeilijk gelooven! Ben naar het politie-bureau om inlichtingen gegaan. 't Dienstdoende korps vond ik verslagen bijeen. Toch uiterst voorkomend. Ze hadden gedaan wat ze konden, waren niet bang geweest voor hun uniform, doch hadden flink toegetast.

"Gaat u eens met ons mee," zei een agent. Kreeg eerst den schrik in, maar hij voerde me naar een binnenplaatsje en daar aanschouwde ik vier dikke agenten, die in het zweet huns aanschijns schrobbewegingen maakten. Ze hadden de schrob-overtreedsters willen verbaliseeren ; waren gekrabd en besmet geraakt met de schuurbacil. Akelig, akelig; kon volkomen begrijpen, dat er order was gegeven aan de niet-aangetaste agenten, om zich neutraal te houden, tot zoolang er een serum tegen uitgevonden was.

15 December. Sneeuw, sneeuw, Heerlijk lang geslapen. Je wordt niet gestoord door het geratel van wagenwielen; wat mij wekte was het standje, dat Liesbeth aan Sientje gaf. Onze dienende geest had last gekregen om wat zout over ons tuinpadje te strooien en nu had de ongelukkige daar het pas aangeschafte cerebosbusje aan gewaagd.

Bij morgenwandeling uitgegleden en tegen den grond geslagen. Wilde eerst opkrabbelen, maar bedacht bijtijds, dat iedereen je dan uitlacht. Bleef onbewegelijk liggen en werd weldra, door bedenkelijk kijkende menschen, die medelijdende woorden prevelden, overeind geholpen. Ik zei "dank je" en liep verder. Moest je die gezichten zien!

16 December. Geniepig koud buiten. 't Vriest nog in de zon. Kan mijn pen nauwelijks vasthouden, maar dat komt niet van de kou; wel van de warmte! Liep vanmorgen met Krimp van Dulmen 'n straatje om, toen er bij een smid, 'n hoefijzer uit de smederij geworpen werd. "Das geluk," riepen we alle twee en schoten er op af ; ik liep 't vlugst, greep toe... . en brulde "au!" ; 't was gloeiend heet. De smid had 't net gesmeed ; hij wierp die dingen altijd ter afkoeling buiten. 'n Schandaal! Net moest Breeduitstra 't weer zien. "Krimp van Dulmen," zei-ie, "en Krimp van de pijn."

17 December. Jossie de eerste beginselen van het schaatsenrijden op den vijver voor ons huis geleerd. Spit in m'n rug van het overeind helpen. Eigenaardig kereltje. Andere kinderen geven hun schaatsen of 't ijs de schuld van hun rare capriolen, maar Jossie brulde, dat ik hem omver wierp en Liesbeth gelooft dat natuurlijk. Hoop dat 't warm water begint te regenen.

18 December. M'n wensch is niet vervuld. 't Vriest met paardekrachten. Al kwam je ijsberen tegen, dan zou je dat niet verwonderen. Jossie weer eenige lessen gegeven; die valt reeds beter dan hij gedaan heeft.

19 December. Kan bijna geen tijd meer voor m'n dagboek vinden. De koude heeft mijn werkzaamheden enorm uitgebreid. Ik heb zorgen voor kolenkitten, warme kruiken, winterteenen en springende lippen; bovendien moet ik van diverse kennissen dagelijks schaatsen leenen voor de kinderen en dan nog de privaatlessen aan Jossie. Hij maakt wel vorderingen, slaagt er af en toe reeds in om in zijn val anderen te betrekken. Dat moedigt een jongen van zijn soort kolossaal aan.

19 December. Op de soos warme cognac. Alle narigheden der laatste dagen verdronken. Stemming voortreffelijk; eeuwe vriendschap! Griffier Dorias klom zelfs op het buffet om de glorie van den Hollandschen winter te bezingen. Alleen wanneer het baksteenen vroor, beweerde hij, werd hij door zijn hospita met "open armen" ontvangen. Daverend gelach. Herinner me nog vaag een vinnig duel tusschen Krimp en Breeduitstra. Mijn vriend Krimp bezwoer, dat de radio de couranten eens den dood zou aandoen, terwijl Breeduitstra dit bestreed. De winkelstand bijvoorbeeld kon nooit de kranten missen; in draadlooze berichten zijn nu eenmaal geen waren in te wikkelen. De twee strijdenden ten laatste gescheiden; weer eeuwige vriendschap!

 

 

De bekentenis van een fout is geen teeken van

zwakheid maar van kracht.

 

 

Geld is macht. Een macht ten zegen, ook wel een

macht ten verderve.

 

 

Het zwaarst verdriet is tranenloos.

 

MET HET SCHETSBOEK DOOR ZEELAND

Het is me als schilder zoo dikwijls opgevallen, hoe geheel anders 't landschap in Zeeland is, dan elders.

Natuurlijk, zult u zeggen, de bodem is anders ....

Neen, dat bedoel ik niet, maar als je een mooi typisch Zeeuwsch landschap wilt schilderen, domineert hier niet, zooals in andere streken de natuur alleen, maar ook de mensch speelt een rol in de schoonheid van 't land. Schilder je elders een laantje, een sloot, of een weggetje, dan zie je direct in wat voor streek het gedaan is, maar hier spreekt in de meeste gevallen, de woning mee in algemeenen zin natuurlijk.

Steeds is het een hofstede, een schuurtje, een dorpsstraatje of een kerkje, dat de schoonheid van het landschap verhoogt of het Zeeuwsche typeert.

Is het u nooit opgevallen, dat men zelden een schilderij of een teekening aantreft van Zeeland, zonder een of ander gebouwtje, muurtje of bruggetje. Zeker, een enkele maal schildert men uitsluitend het landschap, maar als u goed oplet zult u toch zien, dat de natuur in de meeste gevallen niet de hoofdrol speelt, en dat is juist het eigenaardige, dat zoo kenmerkend voor Zeeland, en onze provincie zoo aantrekkelijk maakt voor vreemden.

Het is iets typisch Zeeuwsch.

BOB