Ons Zeeland 1934, Ons Zeeland Panorama, jaargang 1933, nummer 47, 20 april 1934

Vorige nummer Volgende nummer OverzichtOnline zoeken

De oude meekrapcultuur in Zeeland
Elk land heeft zijn bronnen van bestaan, welke echter niet altijd dezelfde blijven, maar die den invloed van conjunctuur en nieuwe vindingen ondergaan, waardoor zij dikwijls tot verdwijnen zijn gedoemd.
Zooals men weet, werd de meekrap verbouwd ter bereiding van de aniline-verfstof. Als zoo danig veroverde zij, gelijk we hieronder nog zullen zien, de geheele wereld. Speciaal het eiland Schouwen leverde hier het leeuwenaandeel. Zoodra echter de aniline-bereiding langs chemischen weg werd uitgevonden, was het met de meekrap gedaan. Dat dit werd ingezien, blijkt uit het feit, dat men de meekrapcultuur in betrekkelijk korten tijd haar eigen dood liet sterven. Leerzaam moge dit historische voorbeeld zijn voor degenen, die van meening zijn, dat door regeeringssteun een uit den aard der zaak tot ondergang gedoemde cultuur gered kan worden. Wij ontleenen de gegevens voor dit artikel aan een oud boekje, dat zeker maar heel weinig bekend is. Het is in het jaar 1802 verschenen, en wel van de hand van den in Zeeland bekenden publicist J. de Kanter, eertijds notaris te Zierikzee, en een deskundig kenner der Zeeuwsche historie. Zooals vele boeken uit dien tijd heeft ook dit werkje een zeer langademigen titel en wel:
Volledige beschrijving van alle konsten, ambachten en zoo gaat het door tot de vermelding, dat dit 17e deel gewijd is aan: "De Teling en Bereiding der Meekrap".
De schrijver bespreekt allereerst het ontstaan der meekrapcultuur, dat volgens hem terecht in het duister ligt. Sommige schrijvers beweren, dat deze cultuur in Zeeland gebracht zou zijn door Fransche emigranten, maar dit is volkomen in strijd met de waarheid. Een keur van de stad Romerswaal in 1537 met betrekking tot de meekrap weerspreekt dit overtuigend.
Trouwens, de geheele veronderstelling, dat een onzer nabuurlanden deze plant geimporteerd zou hebben, lijkt ons onjuist. Immers, de meekrap stamt uit de Levant, en het is volkomen verklaarbaar en aannemelijk, dat de vele Zierikzeesche Oostinje-vaarders dit gewas hebben meegebracht.
Hoe dit zij, ten tijde van de uitgave van het boekje had Schouwen niet minder dan 19 meestoven.
"Voorwaar 'n dierbare plant voor den Zeeuwschen, vooral voor den Zierikzeeschen en Schouwenschen landman!" roept de schrijver uit, met een enthousiasme, dat wel minder zou zijn geweest, had hij kunnen voorzien, dat het geen vijftig jaar meer zou duren, voor de meekrapcultuur als volkomen hopeloos zou worden opgegeven! Het was in dien tijd nog zoo, speciaal voor Schouwen, dat de landbouw zonder de meekrap geen behoorlijk bestaan zou hebben opgeleverd. Deze cultuur maakte den tegenslag in den landbouw veelal goed. "De Engelschen," aldus de schrijver, "ontvangen jaarlijks voor twee millioen guldens van deeze verwstoffe uit onze handen. De Franschen voorheen voor vijfentwintigduizend guldens, waarvan men veilig mag veronderstellen, dat het eiland Schouwen alleen de helft levert, alwaar thans in 19 meestoven, jaarlijks dooreen gerekend, meer dan twee millioenen ponden groene mee ter bereiding worden opgevoerd."
Merkwaardig is ook het volgende, waarvoor wij thans ook in Zeeland nog een parallel vinden. Er wordt in dien tijd geschreven, dat de Fransche meekrap minstens zoo goed is als de Zeeuwsche, maar desondanks neemt de import in Frankrijk van ons product voortdurend toe. Zien wij nu niet hetzelfde met de Zeeuwsche oesters?
Het zou ons te ver voeren, nader in te gaan op de wijze van verbouwing der meekrap. Het boekje zal trouwens wel in de Provinciale Bibliotheek voorhanden zijn voor degenen, die van den verderen inhoud kennis willen nemen.
Wij reproduceeren thans eenige platen, welke genoemd werkje verluchten en die eenigszins een beeld geven van den arbeid, die in de meestoven werd verricht.
Zoo ziet men, dat een cultuur, welke eenmaal n der voornaamste bronnen van inkomsten vormde, plotseling kan ineenschrompelen en geheel verdwijnen. De enkele meestoven, welke nog in Zeeland te vinden zijn, worden thans voor andere doeleinden gebruikt.
Leerzaam is deze gang van zaken misschien wel. Men kan er uit zien, dat niets bestendig is op deze aarde, en dat men goed doet, de bakens te verzetten als het getij verloopt!
v. B.

Zeeuwsche Sport
Wat kan Zeeland op voetbal gebied presteeren? Men is vlug geneigd om de capaciteiten van de Zeeuwsche voetbalploegen niet al te hoog aan te slaan. Spreekt men over het Zuiden, dan stelt men zich algemeen voor, dat dit deel van den K.N.V.B. niet is opgewassen tegen wat men het Westen pleegt te noemen. Onder het Zuiden rekent men dan eigenlijk Zeeland niet. De Zuidelijken winnen door hun enthousiasme, wat zij aan techniek bij de Westerlingen tekort komen. Zoo redeneert men en zoo is het ook heel vaak.
Toch kunnen de Zuidelijken wel wat presteeren en mag Zeeland daaronder gerekend worden. Een duidelijk bewijs heeft het Zeeuwsche elftal op den Tweeden Paaschdag geleverd. Met kunst en vliegwerk was een Zeeuwsch elftal in elkaar gezet om uit te komen tegen het Duitsche TURU uit Dusseldorf. Het was voor de samenstellers van het Zeeuwsche elftal geen gemakkelijke taak om in een paar dagen tijds een elftal bij elkaar te zoeken uit de vereenigingen, welke op Eersten Paaschdag vrij waren. Men kende de tegenstanders niet en dus moest op goed geluk gewerkt worden.
Toen de berichten van 'n 4-0-nederlaag van 't Zwaluwen-elftal tegen TURU 't Zeeuwsche land binnendrongen moet bij velen de moed in de schoenen gezonken zijn. En ziedaar wat de Zeeuwsche ploeg presteerde. Met een schamele 3-2-overwinning moesten de Duitschers zich tevreden stellen. Zelfs konden de Zeeuwsche jongens zich een 2-0-voorsprong veroveren. De uitnemend spelende achterhoede der Zeeuwen hield het doel onbesmet, al was het dan ook met inspanning van alle krachten. Aan de tegenovergestelde zijde moest de Duitsche verdediging het afleggen tegen de snelle aanvallen van den Zeeuwschen aanval, waarbij Janisse boven alles uitblonk en in een prima wedstrijd bewees een speler van klasse te zijn. Watervlug en schotvaardig als hij is wist hij tweemaal het net te vinden. Het betere en fijnere spel der Duitsche ploeg kwam eerst na de rust tot resultaten. Niettemin werd het een zeer eervolle nederlaag en mag het kranige elftal der Zeeuwen een warm woord van dank en hulde niet onthouden worden voor de wijze, waarop zij eendrachtig hun beste krachten gegeven hebben voor de belangen van de Zeeuwsche voetbalsport en den naam van Zeeland op voetbalgebied een flink stuk omhoog hebben gebracht. Een zware taak rust nu echter op een volgend elftal en wel om bij het eerste optreden tegen de Neder- landsche Zwaluwen, dat, naar wij mogen aannemen, niet te lang op zich zal laten wachten, een nog beter figuur te slaan. Dan moeten de Zeeuwen bewijzen, dat zij in staat zijn de Westerlingen te weerstaan, dan moet er door Zeeland gewonnen worden. Op Tweeden Paaschdag was nog niet het sterkste elftal in 't veld, mogen wij aannemen, en daarom kan ook vol vertrouwen een volgende wedstrijd tegemoet gezien worden.
jammer is het, dat de toestand voor Middelburg er niet op vooruit is gegaan de laatste weken. NOAD gaat voort met zich in veiligheid te brengen. NAC laat zich niet meer overrompelen, terwijl Middelburg mag toezien hoe in Brabant langzaam aan beschikt wordt over de onderste plaats. Er is nog een kans, maar een heele kleine, dat Middelburg den dans ontspringt. Dan moet echter de laatste wedstrijd tegen NOAD gewonnen worden en dat nu is iets, aan de mogelijkheid waarvan wij twijfelen. Een ander aspect zou de zaak krijgen als NAC van Bleijerheide verloor, doch ook dat rekenen wij tot de wonderen. Het allergunstigste lijkt nog wel een beslissingswedstrijd. Als Middelburg voor de tweede maal in de degradatie-wedstrijden vervalt, hopen wij het beste voor groenwit, doch vreezen het ergste.
Het is verder rustig geweest in het Zeeuwsche voetballandje en wij leven in geduldige afwachting van de dingen die nog komen zullen. Vele wedstrijden staan nog op het proogramma, Zeelandia, De Zeeuwen, waarschijnlijk Axel en misschien ook Middelburg krijgen een staartje aan de competitie in den vorm van promotie- of degradatie-wedstrijden. Er zal nog volop te genieten vallen van laten wij hopen mooie wedstrijden, alvorens wij definitief alle aandacht gaan concentreeren op de zomersporten. Toch zijn we al zoo langzamerhand aan het wielrennen enz. begonnen. In Terneuzen heeft men de nieuwe wielerbaan geopend, terwijl ook Oostburg reeds weer in actie is gekomen. De karretjes gaan weer bollen en vooral in Zeeuwsch Vlaanderen is men volop met allerlei voorbereidingen bezig. In overig Zeeland breekt de wielersport meer en meer baan en men kan op Zondagen reeds vele jeugdige enthousiasten met de training bezig zien. Als de hardnekkige geruchten over een baan te Vlissingen waarheid bevatten, dan gelooven wij, dat in Zuid-Beveland en op Walcheren de wieler- sport zich wel zal inburgeren. Als we ons niet te sterk vergissen zijn we op dit gebied in deze districten thans verder dan we ooit geweest zijn. Met een beetje propaganda en een paar enthousiaste werkers kan er thans wel wat bereikt worden.
Tenslotte nog een enkel woord over voor de gymnastiek. Wilhelmina te Middelburg was zoo vriendelijk ons een keurig programma te zenden van haar uitvoering, welke bij het verschijnen van dit nummer reeds weer achter den rug zal zijn. Woensdag 11 April, de dag, waarop de uitvoering gehouden werd, mag beschouwd worden als de afsluiting van het winterseizoen. Veel goeds deed dit programma verwachten en wij twijfelen niet of het zal ook gegeven zijn.

Zeeuwsche Omroep
Hallo! hallo! hier is de persdienst van den officieelen Zeeuwschen Omroep. Het verder vertellen van deze berichten, in welken vorm ook, is geoorloofd.

Men meldt ons uit Qostburg, dat daar onder de bijen een nieuwe ziekte is waargenomen, welke den diversen ijmkers vele zorgen baart. De Rijksseruminrichting is gewaarschuwd en zal haar geneeskundigen staf beschikbaar stellen.
Intusschen zijn de bijenhouders hun patinten aan bet oefenen, opdat zij bij het geneeskundig onderzoek niet hun angel in plaats van hun tong zullen uitsteken!

Het onderwijsfonds voor de scheepvaart maakt bekend, dat het met zijn leerlingen deze week een tocht zal maken door de Zeeuwsche wateren.
Tot onder de schipperszonen aan toe wint de wandelsport met den dag aan populariteit!

Kwajongens hebben een partij parkoenpalen, liggende aan den dijk van den Razernij-polder in brand gestoken.
Dat is dus kattekwaad opeen terrein, dat naar de hondsdolheid vernoemd is!

Te Kloetinge is een nieuwe tennisclub opgericht, die zich den naam van den geleerde Buijs Ballot gaf.
Waarom ook niet!
Kennis en tennis zijn vrijwel gelijkluidend!

Onze correspondent te Hansweert schrijft ons, dat er wederom 'n kommies te water overgeplaatst wordt naar Ijmuiden.
Wie zal den man nu weer van droge kleeren voorzien!

Uit Bruinisse seint men ons, dat daar een begin van brand is ontstaan in een theemuts, welke een zoo ernstig aanzien kreeg, dat men het vuur bezweren moest met de bekende slang op de waterleiding.
Deskundigen vermoeden, dat de theemuts gevuld is geweest met zeegras, waarin dan wel hooibroei zal zijn opgetreden!

Te Ierseke wordt van gemeentewege en in werkverschaffing de geheele havenmuur, die uit oude pannen bestond, afgebroken om vervangen te worden door' n beteren.
Men boft er bij, dat door de malaise in de glas- en aardewerk-industrie en in de aluminium-fabricage de prijs van nieuwe pannen niet hoog is.

Te Veere hebben buren een schoorsteenbrand weten te blusschen door het wegtrekken van de heete kachel.
Echt amateurswerk! Beroepsbrandweerlieden krijgen altijd den brand onder de knie. Deze gelegenheidsblusschers wllen de blaren wel in hun handen hebben!

Men meldt ons uit Arnemuiden, dat op de kookdemonstratie, door de P.Z.E.M. gegeven, ook eenige mannen aanwezig waren.
Wat zullen dezen al niet tusschen de kiezen gekregen hebben, vr zij dezen doodsverachtenden stap zetten en wat zullen zij nog niet moeten "op-eten", indien hun vrouwen er achter komen!

Men seint ons uit Zeeuwsch-Vlaanderen, dat daar j.l. Zondagmiddag door de politie in een droge sloot een man is gevonden, die licht gewond was.
Het slachtoffer bleek een scheidsrechter, die op een desbetreffende vraag antwoordde, dat het geval niets te beteekenen had.
Hij was alleen 'n weinig "uit het veld geslagen" zeker!

Te Vlissingen is na gehouden vergadering besloten, wegens de tijdsomstandigheden de vereeniging "Hulp in nood" op te heffen.
Onbegrijpelijk! Wie wil er nu nog gunstiger omstandigheden voor hulp in nood!

Uit Tholen telefoneert men ons, dat de Thoolsche tram groote concurrentie ondervindt van eenige taxi's, die haar zonder lijm-banden en muggenpapier toch vliegen probeeren af te vangen. De directie peinst op middelen hiertegen.
Eens komt de vergelding! Al gaat de taxi nog zoo snel, de stoomtram achterhaalt haar wel!

Te Ierseke zal op 13 Juni een enorm zangersconcours worden gegeven, dat op touw gezet is door "Excelsior".
Verplicht nummer: "De oesterbank" van Mosselman.

Het museum te Goes heoft de aanwinst mogen boeken van een Hollandsche soldatenbroek, 'n Duitschen helm (met adelaar), 'n Fransche tuniek en twee Belgische kwartiermutsen.
De ontwapeningsconferentie staat er bepaald beter voor de laatste dagen!

Het muziekgezelschap te Krabbendijke heeft een serenade gebracht aan een vijftigjarige. Na het ontvangen van de enveloppe met inhoud werd nog een opgewekte muzikale wandeiing door het dorp gemaakt.
Van verdere ongeregeldheden hoorden wij niet!

Bij het Vlissingsche vliegveld is een sportief-actieve kinderwagen tegen 'n auto opgereden. De inzittenden van beide wagens bleven ongedeerd, al klonk er uit den eenen erbarmelijk geschreeuw. De twee bestuurders zijn door de politie aan den tand gevoeld. Van de passagiers kon dit alleen gebeuren bij die van den auto!

De raad van Baarland is het eens geworden over het tarief van den gemeentelijken lijkwagen. In 'n vorige vergadering hadden de stemmen gestaakt.
Hoe kan 't anders. Bij zoo'n lugubere kwestie stokt het geluid in je keel.

Hier is nu niets meer aanwezig. Tot de volgende week, dames en heeren!

Bie ons op 't durp.
'Oe a dat noe ok was, de vrouwe die 'ei zo'n meniere, om toch d', eige zin deur te zetten. Da zei ze noe zo we me, maer ondertusschen gae ze toch d'r gank mae, en dan merk ik op een goeien dag, dat 't zo varre is.
Zo ok mie die nieuwe meid, wan 't bleek, dazze z'a g'uurd a. Da gong zo, naedazze gezeid a, dazze d'r spiet van a, da m'n d'r glad nie mi over spraeke.
Mae twi daegen laeter, toen a 'k in m'n boezeloen een spieker stieng te slae, riep ze m'rt binne, en zee ze: Pier, je mot 'ier toch me zo vuul rondbuze, je weet nooit, wien a t'r is komt.
Jaet, daer 'ei j'et a, docht ik, azze dazo zeit, dan weet ik a, da zie weet, dat er iemand komt.
Wien komt er dan! vroog ik.
Ze was 'n bitje beduusd, mae toen zee ze flienk: E, die nieuwe meid toch ommes!
0, sjuust, zee ik, dus die 'ei ie toch 'enome?
Dat e'k net, zee 'eur
Mae wat 'ei mien boezeloen dae noe mee te maeken t vroog ik. E, zovee, da j'ier in stad zo d'r nie bie kun loope, zee 'eur
Zo'n misje is dat nie 'ewend.
Dan za ze d'r mae an motte wenne, zee ik bedaerd, wan das noe toch te gek, dat ik voede meid m'n beste goed za antrokke.
Afijn, 'eur vort, en ze was a lank a blieje, glo'k, da'k t'r me meer 'ezeid a.
Een ure laeter kwam ik in de keuken, en dae stieng ze dan, mooi anedae, afijn, daer is de vrouwe op d'r Zondags niks bie.
Zo, misje, zee ik vrindelijk, toen a'k binnenstapten, 'oe 'eet jie van j'n eige?
Eulalia, meneer, zee 'eur, en ze bleusde tot in d'r nikke, das waer.
'Oe zei je? vroog ik, wan dien naam kenden ik glad me. Eulalia, zee 'eur wee, mae noe zochte, as of ze d'r eige voe schaemden. Das gin naem, zee ik, en dae doe 'k me an mee. Ja, maer ik 'eette noe toch zo, zee 'eur wee.
Mae 'oe noeme ze je dan tuus? vroag ik, wan zo'n naeme die is nie uutsprekelijk, me kind.
Tuus noeme ze m'n Laatje, zee ze, en ze bleusden a wee.
Laetje, laetje, das een schuve! zee ik, maer alla, a'k je d'r noe een plezier mee doe, dan mot 'et mae.
En ikke nae binne.
'Oe vin jie Ulallea? vroog de vrouwe, die kouses zat te stoppen. 'Oe noem jie die noe t vroog ik.
E, Ulallea, zo 'eet ze toch? vroog de vrouwe, mae die vremde letters spronge as stuters uut d'r mond.
Das gin naem, ik noeme d'r Laatje, zee ik, mae das eigelijk ok gin naem.
A je dat mae laet, zee de vrouwe kwaed.
A je op 't durp Klezina 'eet, dan noeme ze je Siene, en ai je Pieternella 'eet, dan noeme ze je Piete. Das durps, maer 'ier in de stad 'eet je voluut bie je naem, en ik noeme ik d'r Ulallea, en joe noem ik voortan Pieter, a je dat mae weet!
Mae, wuuf, (wan: vrouwe wou d'r me uut) is 't je noe glad in je kop 'eslaege, waevoe mo jie zo groozig worre t riep ik, mae 'eur zee niks, wan net begon Ulallea te ziengen:

Kleine waterdroppels,
Kleine korrels zand ....

en de vrouwe vaegde ineens d'r oogen of, wan onze dochter, die a 'esturreven is, zong dat ok altied, en 't was toch zovee andoenlijk. En m'n keke is oae mekare, en de vrouwe zee: 't Is een zocht misje, me zo'n stassen, d'r steek gin kwaed in, en das t'r een, die me 's aeves mie een vriejer voe de deure za stae. Mae toen zweeg ze, wan noe klonk 't uut de keuken:

Ach, minnaar, wil met blijven staan,
maar wil gezwind mijn deur ingaan,
ik zal u wel beminnen.

Ja, ja, zee ik, 't is een ernstig misje. Mae de vrouwe zee niks mi.
Allee, de groetenisse, en tot kommende weke,
PIER VAN'T HOF.